terug naar de blog

Wat MCP en A2A betekenen voor jouw organisatie

Twee open standaarden bepalen steeds meer hoe agents met je systemen en met elkaar samenwerken. Een geruststellende uitleg van MCP en A2A — en de vragen die je je leveranciers zou moeten stellen.

· 5 min lezen

mcpa2astandaardenarchitectuur

Als je je verdiept in agents, kom je al snel twee afkortingen tegen: MCP en A2A. Ze klinken technisch, en dat zijn ze onder de motorkap ook. Maar het idee erachter is eenvoudig, en het raakt een vraag die elke organisatie zich zou moeten stellen: hoe voorkom ik dat ik straks vastzit aan één leverancier? Laten we het rustig uit elkaar leggen.

MCP: de universele stekker voor agents

Een agent is pas nuttig als hij bij je systemen kan — je mailbox, je CRM, je documenten, je database. Traditioneel betekende dat voor elke koppeling een stukje maatwerk: een aparte, met de hand gebouwde verbinding tussen de agent en dat ene systeem. Tien systemen, tien koppelingen, tien dingen die kunnen breken en onderhouden moeten worden.

MCP staat voor Model Context Protocol, geïntroduceerd door Anthropic in 2024. De mooiste analogie komt van IBM (2026): MCP is voor AI-applicaties wat een USB-C-poort is voor hardware — één universele stekker. Vroeger had elk apparaat zijn eigen oplader en kabeltje; met USB-C past alles op dezelfde poort. MCP doet hetzelfde voor agents: één gestandaardiseerde manier waarop een agent tools aanroept, databases bevraagt en gegevens ophaalt, zonder voor elk systeem een eigen maatwerkkoppeling.

Dat dit aanslaat, blijkt uit de aantallen. Eind 2025 waren er ruim 10.000 publieke MCP-servers, volgens Salesforce (2026) — kant-en-klare koppelpunten waarmee een agent met een bepaald systeem kan praten. MCP is inmiddels ondergebracht bij een onafhankelijke stichting als open infrastructuur, wat betekent dat geen enkele leverancier er in z’n eentje de baas over is. Belangrijk om te weten: MCP bepaalt niet wat de agent doet — het model beslist zelf welke tool het aanroept. MCP zorgt er alleen voor dat de verbinding op een standaardmanier verloopt.

A2A: agents die met elkaar samenwerken

MCP gaat over de verbinding tussen een agent en jouw systemen. Maar wat als je meerdere agents hebt die moeten samenwerken? De ene agent verzamelt gegevens, de andere controleert ze, een derde stelt een concept op. Daar komt A2A in beeld: Agent2Agent, oorspronkelijk van Google en inmiddels ondergebracht bij de Linux Foundation, aldus IBM (2026).

A2A regelt de samenwerking tussen agents onderling. Het slimme zit in het idee van een agent card: een soort digitaal cv dat een agent van zichzelf publiceert. Daarin staat wat hij kan, hoe je hem aanspreekt en onder welke voorwaarden. Een andere agent kan die kaart lezen en op basis daarvan besluiten om samen te werken — zonder dat een programmeur die twee agents vooraf handmatig aan elkaar heeft gekoppeld.

De twee protocollen bijten elkaar niet; ze vullen elkaar aan, benadrukt IBM (2026). MCP regelt de toegang tot tools en data, A2A regelt de samenwerking tussen agents. Samen vormen ze de bekabeling van een omgeving waarin agents en systemen soepel met elkaar praten.

Waarom open standaarden je vrijheid vergroten

Nu het punt dat er echt toe doet voor jou als organisatie: open standaarden verkleinen je afhankelijkheid van één leverancier — wat vaak vendor lock-in wordt genoemd, het risico dat je zó vast komt te zitten aan één aanbieder dat overstappen bijna onmogelijk wordt.

Zonder standaarden bouwt elke leverancier zijn eigen gesloten koppelingen. Wil je later wisselen, dan kun je vrijwel opnieuw beginnen. Met een gedeelde standaard als MCP zit de verbinding niet vast aan één product. Je kunt een onderdeel vervangen zonder alles eromheen om te gooien.

Dat sluit aan bij hoe wij bouwen. BCG (2026) wijst op het belang van een aparte intelligence layer: je eigen bedrijfskennis — je definities, segmenten, spelregels — die je loshoudt van de agents zelf. Houd je die laag gescheiden, dan kun je van model wisselen zodra er een beter verschijnt, zonder je kennis opnieuw op te bouwen. En dat is precies waar het naartoe gaat: het draait volgens Google Cloud (2026) niet om het krachtigste model, maar om per taak de beste balans tussen kwaliteit, snelheid en kosten — en om de vrijheid om te kiezen. Open standaarden maken die vrijheid mogelijk.

Wat je je leveranciers zou moeten vragen

Je hoeft dit niet zelf te bouwen om er de vruchten van te plukken. Je moet vooral de juiste vragen stellen bij het inkopen van software of het inhuren van een bouwer. Een handzame checklist:

  • Ondersteunt jullie product open standaarden zoals MCP? Zo ja, dan kan ik het makkelijker koppelen aan andere systemen en agents.
  • Zit ik vast aan één AI-model, of kan ik wisselen? Een gezonde architectuur laat je overstappen zodra er een beter of goedkoper model komt.
  • Blijft mijn eigen kennis en data van mij, los van jullie systeem? Je wilt je bedrijfscontext niet opnieuw hoeven opbouwen bij een overstap.
  • Hoe werken jullie agents samen met agents van andere leveranciers? Standaarden als A2A maken die samenwerking mogelijk zonder maatwerk.
  • Wat gebeurt er als ik over twee jaar wil overstappen? Als het antwoord vaag blijft, is dat op zichzelf al een antwoord.

Het geruststellende is dit: de markt beweegt richting openheid, niet richting geslotenheid. Dat MCP en A2A bij onafhankelijke stichtingen zijn ondergebracht, is precies om te voorkomen dat één partij de dienst uitmaakt. Je hoeft de techniek niet tot in detail te begrijpen. Als je maar weet dat open standaarden bestaan, en dat je erom mag vragen, sta je al sterker dan de meeste inkopers.


Wil je zeker weten dat je agents niet vastzitten aan één leverancier? Plan een vrijblijvend gesprek — we kijken graag met je mee naar een opzet die je vrij houdt.

Benieuwd wat dit voor jouw organisatie betekent?

In een kennismaking maken we het concreet: welk proces zich bij jou het best leent voor een eerste agent, en wat die moet kunnen om zich te bewijzen.